woensdag 25 maart 2009

la fendeuse


Zus is weg, ik heb ze gisteren naar de luchthaven van Pau teruggebracht.
Ze was moe, zei ze, had niet verwacht deelnemer te zijn van zulk een ijver.
Ze is nochtans zelf niet iemand die bij de pakken gaat zitten, runt eigen huis en gezin, werkt fulltime, ziet nog tijd om te gaan joggen, turnen, dansen en ik vergeet vast nog een activiteit of twintig.
- Amaai, jullie hebben nogal energie, ik sta er wel van te kijken.
Toegegeven, ik ook soms. Maar het is van moeten.
We hebben één regel - aanvankelijk tegen de zin van Gamin, maar Gamine insisteerde -
één dag op de zeven wordt ‘gerust’, zegge niet gewerkt.
De enige manier om niets te doen is er een dag op uit trekken.
Ook zus roespeteerde toen ze van de rustplannen hoorde.
- Jamaar, er moet nog dit en er moet nog dat.
- Ik weet het, en nog veel meer ook, er zijn duizend jobkes hier.
Maar maandag waren we alledrie blij dat we die rustdag – zondag – hadden gerespecteerd, want als apotheose van de verzaagweek hadden we een fendeuse à bûches ingehuurd, een machien om ‘u’ tegen te zeggen, 16 ton kracht, alsjeblief.
Met z’n drieën, twaalf uur aan een stuk, niets anders gedaan dan hout gekliefd, hout geraapt, hout gestapeld en toen die mooie, versgelegde houtstapel omviel, - ei zo na op Gamine, het scheelde twéé seconden – gooiden we de gekliefde blokken maar op een stapel.
Dat spaarde tijd uit. En geld.
Want de volgende morgen kon het machien al terug.
We zijn de trotse bezitters van – ruw geschat – 30 stères hout.
We kijken niet op een blokje meer of minder.



Gamine